Studentizine

Studentizine 164

Kotstudent kost 5000 euro per jaar.

Studeren is in België, vergeleken met de meeste andere landen, spotgoedkoop, maar dat wil natuurlijk nog lang niet zeggen dat het ook helemaal gratis is.
De studiekost wordt hoe langer hoe minder gratis! Een pendelstudent aan de universiteit betaalt vandaag bijvoorbeeld al snel twee keer meer, een kotstudent zelfs 2,5 keer meer dan twintig jaar geleden om alle studiekosten te dekken. Een kotstudent, die niet van een beurs geniet, kost zijn ouders nu gemiddeld zowat 5.000 euro.
In die kosten zitten het inschrijvingsgeld, cursussen en boeken, computer, vervoer- en/of huisvesting en socio-culturele activiteiten. Volgens de studiekostmeting van de Vlaamse overheid was dat twintig jaar geleden respectievelijk nog maar 1.030 euro en 1.980 euro.
De kotstudent komt er het meest bekaaid vanaf door de fel gestegen huurprijzen van kamers. Tien jaar geleden kostte een kot op de privé-markt gemiddeld 140 euro, vandaag 240 euro per maand. Bovendien worden studenten steeds vaker gebonden aan een huurcontract voor twaalf in plaats van tien maanden.

De Katholieke Universiteit Leuven hield het voorbije academiejaar bij 248 studenten een bevraging over hun studiekosten. Dat zijn de kosten voor cursussen of handboeken, duurzaam lesmateriaal en eventuele stages of excursiereizen. Daaruit blijkt dat de studiekost per academiejaar voor de meeste opleidingen 300 tot 450 euro bedraagt. Ook de Universiteit Gent maakte de oefening en concludeert dat de prijs voor het studiemateriaal in de eerste bachelors gemiddeld 367,50 euro bedraagt.

Vrouwen betalen langer studieleningen af.

In Groot-Brittannië kost studeren heel wat meer dan bij ons, en bijgevolg zijn de meeste studenten aangewezen op het systeem van studieleningen om hun diploma te kunnen behalen.
Bij een recent onderzoek is gebleken dat vrouwelijke afgestudeerden gemiddeld liefst zestien jaar na het behalen van hun diploma bezig zijn met het aflossen van hun studielening, terwijl mannelijke studenten daar gemiddeld elf jaar over doen.

De reden voor dit verschil is enerzijds de loonkloof in de betaling tussen mannen en vrouwen in gelijkaardige betrekkingen. Het gemiddelde loonverschil bedraagt liefst 20 procent.
Anderzijds is er het biologische en sociologische verschijnsel dat vrouwen nu eenmaal meer tijd besteden aan het krijgen en opvoeden van kinderen dan mannen.

De Britse studentenorganisaties vragen de overheid naar aanleiding van deze cijfers dan ook werk te maken van het principe van gelijke verloning voor gelijk werk en meteen ook in de studiefinanciering rekening te houden met de resultaten van het onderzoek.

VVS vraagt Vlaamse studiekostenmeting.

Vorige week vrijdag maakte de KULeuven haar onderzoek wereldkundig omtrent de kosten van lesmateriaal en de kostenverschillen tussen studierichtingen aan de eigen alma mater. Deze studie bevat interessant materiaal maar zegt niets over de andere studiekosten zoals vervoers- en huurkosten… Bovendien is ze beperkt tot één universiteit. VVS, de Vlaamse Vereniging van Studenten, vraagt al lang dat de overheid ook instellingsoverschrijdend onderzoek voert naar de volledige studiekost in het hoger onderwijs.
Het studiefinancieringdecreet van 2004 maakte een vijfjaarlijkse studiekostenmeting verplicht. Het laatste instellingsoverschrijdende onderzoek dateert echter al van 2000 en is gebaseerd op cijfers uit het academiejaar 1998-1999. Ondertussen zijn er veel aanwijzingen dat de studiekosten het afgelopen decennium sterk stegen. VVS vraagt daarom dat de overheid dringend werk maakt van de verplichte nieuwe studiekostenmeting.

De laatste algemene studiekostenmeting dateert als gezegd van 2000 en werd uitgevoerd op basis van cijfermateriaal uit academiejaar 1998-1999. Daarvoor was het trouwens ook alweer een decennium geleden dat de studiekosten nog eens op Vlaams niveau werden onderzocht. Ten opzichte van het academiejaar 1986-1987 werden er toen opmerkelijke kostenstijgingen genoteerd. Voor een pendelende hogeschoolstudent stegen de kosten bijvoorbeeld met meer dan 90% en voor een universiteitsstudent op kamers met 69% (bruto). Ook na correctie voor de index waren deze kostenstijgingen nog fenomenaal.

Vandaag zijn er evenzeer sterke aanwijzingen dat de studiekosten erg stegen ten opzichte van de laatste meting in 1998-99. De huurprijzen voor studentenkamers schoten in de meeste studentensteden sterk de hoogte in (tot gemiddeld 270 euro per maand voor een kot in Brussel). De ICT-evolutie zette zich verder, waardoor een PC of laptop, dure softwarepakketten en een internetabonnement in het hoger onderwijs voor de student onmisbaar studiemateriaal zijn geworden… En dan hebben we het nog niet over de stijgende voedselprijzen.
De stijgende kosten betekenen een steeds hogere financiële drempel voor de toegang tot het hoger onderwijs en zijn een bedreiging voor de onderwijsdemocratisering. Zeker wanneer de studiebeurzen de kostenstijging niet volgen. Vandaag dekt een volledige studiebeurs voor een hogeschoolstudent op kot bijvoorbeeld slechts 76% van de totale studiekost zoals die werd vastgesteld in 1998-1999. De kosten van een hogeschoolstudent die pendelt, worden voor 81% gedekt. Voor de universiteitsstudenten zijn de beursbedragen iets realistischer (98% van de kosten voor een pendelaar en 80% voor een universiteitsstudent op kot). Maar ze dekken eveneens niet de volledig studiekost. De sterke stijging van de uitgaven van studenten laat echter vermoeden dat de beurzen vandaag nog minder van de werkelijke studiekosten dekken. Dat wil zeggen dat zelfs wie arm genoeg is om een volledige studiebeurs te genieten, zelf een steeds groter aandeel in zijn studiekosten zelf moet dragen.

Het decreet van 2004 verplichtte de overheid tot een vijfjaarlijkse studiekostenmeting. Hoewel de laatste meting dateert van 1998-1999, zijn er nog steeds geen concrete plannen voor een nieuwe veralgemeende studiekostenmeting in het hoger onderwijs voor heel Vlaanderen. VVS eist daarom dat er niet morgen maar vandaag werk wordt gemaakt van een nieuwe studiekostenmeting. Die is nodig om de beursbedragen aan te passen aan de werkelijke kosten en de verpaupering van beursstudenten te stoppen.
Anderzijds kan een uitgebreide studiekostenmeting die instellingsoverschrijdend is ook een belangrijk instrument worden voor benchmarking waarbij het onderzoek ertoe aanzet om de studiekosten zoveel mogelijk te drukken, zeker de grote uitschieters, en zo de kostprijsverschillen tussen opleidingen en tussen instellingen te nivelleren.

Mexicaanse scholier bleef plakken...

Een 10-jarige Mexicaanse scholier heeft wel een erg bijzondere invulling gegeven aan het begrip “blijven plakken”. Om niet naar school te moeten greep Diego naar de industriële lijm, en plakte zijn hand vast aan een metalen bed. De 10-jarige zocht naar eigen zeggen een goede manier om toch maar niet zijn schoolplicht te moeten vervullen. "Ik bedacht dat, als ik me aan m'n bed zou vastkleven, ze me dan niet kunnen verplichten om naar school te gaan. Ik wilde immers helemaal niet naar school, vakantie is veel beter", aldus de inventieve prille tiener.
Na enkele vruchteloze en pijnlijke pogingen van zijn moeder om Diego van zijn bed los te weken, kwamen een medisch urgentieteam en de civiele bescherming tussenbeide. Die slaagden erin om met een speciale spray de rechterhand los te krijgen van de metalen bedrand. De jongen raakte daarbij niet gewond.
Na de interventie mocht Diego weliswaar nog wel even naar tekenfilms kijken, maar uiteindelijk geraakte hij toch met enige vertraging op de schoolbanken. Als hij daar nu ook maar niet blijft hangen...

Informatiedagen moeten laatstejaars helpen bij studiekeuze.

De komende weken vinden verspreid over Vlaanderen verschillende studie-informatiedagen of "SID-ins" plaats voor laatstejaars. Die infodagen moeten jongeren wegwijs maken in de mogelijkheden om verder te studeren na het secundair onderwijs.
"Een goed overdachte studiekeuze voorkomt in heel wat gevallen mislukking in het hoger onderwijs. Goed geïnformeerd zijn, is daarom een basisvoorwaarde", zo stelt Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a).
Op de studie-informatiedagen vinden jongeren stands van alle instellingen voor hoger onderwijs. Ook de uniformberoepen en opleidingen van bijvoorbeeld Syntra en de VDAB stellen zich voor. Naast algemene informatie kunnen jongeren er met vragen terecht over een specifieke opleiding.

De SID-ins zijn een initiatief van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) en worden al voor de twaalfde keer georganiseerd. Elke SID-in duurt drie dagen. Op donderdag en vrijdag kunnen laatstejaars de beurs klassikaal bezoeken. Op zaterdag is de SID-in vrij te bezoeken door jongeren, ouders, leerkrachten en andere geïnteresseerden. De toegang is gratis.
In de weken voor de SID-in bereiden leraren de jongeren voor op hun bezoek. Daarnaast krijgen ze de brochure "Wat na het secundair onderwijs?" met een overzicht van de studiemogelijkheden.

Meer informatie over de SID-ins en over de brochure "Wat na het secundair onderwijs?" is op de website van onderwijs Vlaanderen terug te vinden.

Apen even slim als Amerikaanse studenten?

Apen kunnen bijna even goed hoofdrekenen als Amerikaanse studenten. Dat blijkt uit een Amerikaans onderzoek waarvan de resultaten in december zijn vrijgegeven. Eerder onderzoek had al uitgewezen dat dieren, net als mensen, getallen met elkaar kunnen vergelijken. Zo zien dieren het verschil tussen vier en acht objecten. Maar tot nu toe was niet bewezen dat dieren ook kunnen hoofdrekenen.
Elizabeth Brannon en Jessica Cantlon van de Duke University deden hun onderzoek met makaken. De apen werden voor een computer met een aanraakscherm gezet waarop een verschillend aantal stippen te zien was. Na en tijdje verdwenen de stoppen en werd een nieuw aantal stippen zichtbaar. Daarna verscheen een derde scherm dat in twee helften was verdeeld. Op de ene helft stond de som van het aantal stippen afgebeeld, op de andere helft een ander aantal stippen. De apen werden beloond als ze de helft met de som van het aantal stippen aanraakten. 76 percent van de apen slaagde in de test.

Dezelfde test werd ook bij een groep studenten uitgevoerd. Bij hen slaagde 94 procent. Gemiddeld hadden de studenten en de apen elk een seconde bedenktijd nodig. Zowel de studenten als de apen vergisten zich het vaakst als het getoonde resultaat dichtbij het afwijkende resultaat lag. "Als de exacte som 11 was en de andere helft van het scherm toonde 12 stippen, hadden de apen en de studenten meer tijd nodig en vergisten ze zich vaker", aldus Cantlon. Het verschil in de behaalde score zou wel eens te maken kunnen hebben met het onderwijsparcours dat de testdeelnemers achter de rug hebben. Wij kunnen ons vergissen, maar voor zover geweten kennen makaken (zelfs in de USA) geen schoolplicht, en bijgevolg ook geen lager onderwijs om hun talenten toe te laten zich te ontplooien. De gebuisde apen moeten zich dan ook niet direct zorgen maken.
De zes procent studenten die faalden daarentegen...

Toezicht op door Europa gefinancierd onderzoek ontbreekt

Niemand weet of de Europese subsidies voor wetenschappelijk onderzoek het gewenste effect hebben. Dat schrijft de Europese rekenkamer in een vernietigend rapport over het toezicht op de zogeheten kaderprogramma's. De doelstellingen van de Europese onderzoeksprogramma's zijn slecht omschreven en de prestatiemeting is zwak. Bovendien komen de evaluaties te vroeg, zodat de impact van het onderzoek niet goed gemeten kan worden. Het zijn harde woorden van de rekenkamer.
Er gaat veel geld in de onderzoeksprogramma's om: vier à vijf procent van de totale uitgaven aan research & developement in alle lidstaten komt uit een Europese pot. De invloed van de subsidies strekt nog verder, want meestal bekostigt de Unie slechts een deel van het hele onderzoek en leggen universiteiten of bedrijven de rest bij. De Unie moet voortaan het verband tussen de wetenschappelijke en sociaaleconomische doelstellingen aantonen, vindt de Rekenkamer.
Ook dient de EU van tevoren te bedenken hoe de resultaten van onderzoekssubsidies gemeten kunnen worden. Om te beginnen zouden de evaluaties consistenter moeten worden.

Jaarlijks honderdtal gewonden in de buurt van scholen.

Jaarlijks doen er zich in de omgeving van scholen een honderdtal verkeersongevallen voor met lichamelijk letsel. Na een stijging van 97 in 2003 tot 109 in 2004 daalde het aantal tot 100 in 2005 en 84 in 2006. Op een enkele uitzondering na doen die ongevallen zich overdag voor tussen 7.00 en 19.00 uur. Dat blijkt uit het antwoord van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael op een schriftelijke vraag van Guido De Padt (Open Vld).
Bij die ongevallen vielen er in 2006 14 zwaargewonden en 86 lichtgewonden. Het aantal zwaargewonden was vergelijkbaar met de jaren voordien (13 in 2004 en 12 in 2005), maar het aantal lichtgewonden neemt duidelijk af. In 2004 vielen er 116 lichtgewonden, in 2005 106 en in 2006 86. Bij die ongevallen waren in 2003 99 kinderen tussen 1 en 18 jaar betrokken, in 2004 94, in 2005 93 en in 2006 78.

De daling van het aantal ongevallen sinds 2004 manifesteert zich het duidelijkst in Wallonië (van 54 in 2004 tot 27 in 2006). In Vlaanderen was er eerst nog een toename van 55 in 2004 tot 63 in 2005 om vervolgens te dalen tot 51 in 2006. In Brussel blijft het aantal schommelen rond de 5 ongevallen. De ongevallen zijn in volgorde van belang te wijten aan het niet verlenen van voorrang, een val, een niet-reglementaire plaats op de rijbaan, file en onvoldoende afstand houden.